Scholen worden ‘vindplaats en werkplaats’ tegelijk in jeugdhulp-nieuwe-stijl
Kinderen en jongeren gezond en veilig laten opgroeien met gelijke kansen, is de doelstelling van het manifest ‘Opvoeden en opgroeien in Den Haag’. Daarvoor kiest de gemeente voor een wijkgerichte aanpak, waarbij onderwijs en jeugdhulp veel dichter tegen elkaar aanschuiven. Het is een ommezwaai in beleid, één waarvoor de gemeente een contract van acht jaar heeft afgesloten met de samenwerkingsverbanden rondomJou en Kracht. ‘De handtekening onder het manifest zetten is één. Maar manifesteren – met elkaar laten zien dát we het anders gaan doen – is een werkwoord.’
Over de noodzaak van veranderen is er geen twijfel bij Margo van Rheenen, Roxana Asmus en Wiely Hendricks, bestuurders van respectievelijk rondomJou, Kracht en stichting De Haagse Scholen. Margo: ‘De jeugdhulp wordt heel erg getrapt ingezet. Allemaal treden voordat het kind de juiste behandeling krijgt. Met deze beweging willen we bewerkstelligen dat de school vindplaats en werkplaats tegelijk is, waar kinderen en ouders de hulp krijgen die nodig is. We willen toe naar ‘first time right’: je kijkt één keer goed welke hulp je inzet. Daarbij moet ook de inzet van jeugdhulp weer terug: ooit was het één op de 27 kinderen, nu één op de zeven.’
Ondersteuning in hun dagelijkse omgeving
Die beweging betekent een doorbraak, zegt Roxana. ‘Den Haag is de enige stad in Nederland die de jeugdhulp in deze contractvorm heeft opgenomen. En die hulp ook buurtgericht inzet. Zodat kinderen en hun ouders ondersteuning krijgen in eigen dagelijkse omgeving, zoals de school. Dat vermindert stress en kosten en het vergroot het netwerk van kinderen en ouders. Hierdoor kunnen zij meer vragen en uitdagingen zelf oplossen. En we houden kinderen zoveel mogelijk op school, want we weten dat dat echt de beste duurzame resultaten oplevert. Dat is heel anders dan een meer traditionele aanpak waarin er eerst individuele ondersteuning door een psycholoog of psychiater in de spreekkamer wordt ingezet. Deze werkwijze sluit veel beter aan bij wat er nodig is. Het maakt ook dat we duurdere en schaarse specialistische jeugdhulp beschikbaar houden voor als het echt nodig is.’
Redeneren vanuit traditioneel aanbod
Namens de openbare scholenkoepel De Haagse Scholen heeft Wiely zijn handtekening onder het manifest gezet. ’Het instroomvraagstuk van kinderen die hulp nodig hebben is veel groter geworden dan tien jaar geleden. Er is tekort aan geld en personeel. Dat is niet meer te hanteren. De hulp aan kinderen vraagt een andere aanpak. Die urgentie beseffen we.’ Wel plaatst hij een kanttekening. ‘De preventiegerichte aanpak heeft tijd nodig om te renderen. In die overgangsperiode hebben scholen nog behoefte aan een aanvullend tradiotioneel aanbod. Daar hebben we rekening mee te houden.’
Daar is het manifest juist voor bedoeld, haakt Margo in. ‘Hoe vullen we de transitieperiode gezamenlijk in, met het onderwijs en alle andere partijen? Het is niet voor niets dat de gemeente Den Haag een achtjarig contract heeft afgesloten. Ik denk dat we pas na die periode kunnen zeggen: we hebben een enorme beweging gemaakt.’
Vertrouwen in elkaar hebben
De drie partijen hebben afgesproken om de tijd te nemen, om van elkaar te begrijpen wat er voor een stevige samenwerking nodig is. Roxana: ‘Bij veranderingen moet je altijd eerst door een dal, voor je weer de stip op de horizon ziet. Het is goed dat we elkaar veel spreken en vertrouwen in elkaar hebben. We hebben de ruimte, het vertrouwen en het begrip van alle partijen nodig om de doelstelling te realiseren. In die fase zitten we nu. En dat gaat nog wel even duren, maar elke dag zetten we met elkaar stappen.’
Kansenongelijkheid terugbrengen
Kansengelijkheid staat als een van de doelstellingen in het manifest. Wiely: ‘Voor mij is de kracht van het manifest dat we met elkaar erkennen dat het anders moet, om de voorwaarden te creëren die kinderen gelijke kansen geven om zich te ontwikkelen.’ Roxana: ‘Ik ben voor ambities die verder liggen. Misschien kunnen we kansengelijkheid niet realiseren, maar wel de kansenongelijkheid terugbrengen.’
En Margo: ‘Kansengelijkheid heeft ook te maken met bestaanszekerheid, met goede huisvesting. Er zijn zoveel factoren die van invloed zijn. Het gaat niet alleen om de jeugdhulp en het onderwijs. We moeten ons realiseren dat het op zoveel mogelijk beleidsterreinen in elkaar moet grijpen.’
Fijn dat je nu twee partijen hebt
In de nieuwe situatie zijn het onderwijs en de jeugdhulp heel dicht op elkaar georganiseerd. Margo: ‘Daarom is het fijn dat je nu met Kracht en rondomJou twee partijen hebt, niet meer 180. Dan stond je als intern begeleider voor de keuze: waar zal ik deze mensen nú weer naar doorverwijzen? Nu verwijs je naar een van de twee en vanuit ieders expertise bekijken we wat er nodig is en wie wat kan. En wat er eventueel nog door een specialist gedaan kan worden, want die halen we er echt wel bij als het nodig is. Het is ook een beweging naar inclusief onderwijs. We zeggen niet langer meer tegen een kind: jij bent zo bijzonder, jij moet apart.’
Vaste gezichten
Tegelijkertijd willen de scholen ook vertrouwde dingen behouden, zegt Wiely. ‘Scholen zijn gewend geraakt aan vaste gezichten. Daar zijn ze heel blij mee. Die willen ze niet kwijt. En dat is ook een goed werkend driehoekje, tussen schoolmaatschappelijk werk, de IB’er en de ouders. Dat driehoekje houden we niet alleen in stand, we willen het ook versterken: wat heb je nog meer nodig?’
Het begin is er, is de unanieme eindconclusie. Margo: ‘Het zetten van de handtekening onder het manifest is één. Maar nu komt het aan op met elkaar doen. Manifesteren – met elkaar laten zien dát we het anders gaan doen – is een werkwoord. Daar hebben wij als bestuurders een heel belangrijke rol in.’