‘We hoeven het niet alleen te doen’
Een gesprek over het Manifest Jeugdhulp met Wendy van Vliet (Accountmanager Kenniscentrum Kind en Scheiding) en Souad Filali (Alliantiemanager Wijkz)
In Den Haag wordt hard gewerkt aan een andere manier van werken met gezinnen: preventiever, collectiever en meer samen. Het Manifest Jeugdhulp geeft richting aan deze beweging. Hoe komt dat in de praktijk tot leven? We spreken met Wendy van Vliet en Souad Filali. Beide organisaties werken dagelijks met gezinnen.
Laagdrempelig, dichtbij en samen
‘We zitten echt in de wijk,’ begint Wendy van Vliet. ‘Elke week organiseren we gratis spreekuren in de wijk, zoals bijvoorbeeld in het buurtcentrum in de Stationsbuurt. Ouders kunnen daar terecht voor sociaal-emotionele én juridische vragen rondom scheiding. Door vroeg te informeren hopen we conflictscheidingen te voorkomen.’
Souad Filali vult aan: ‘Ook wij zijn zichtbaar aanwezig in de leefwereld van bewoners. Onze jeugdwerkers zijn op scholen, straat, sportpleinen en in buurthuizen. Zo signaleren we vroeg en kunnen we direct iets doen bijvoorbeeld via voorlichtingen of ouderbijeenkomsten.’
De kracht van het netwerk
Een belangrijk uitgangspunt van het Manifest is het betrekken van de eigen omgeving. ‘De omgeving speelt een cruciale rol,’ zegt Wendy. ‘Met campagnes als #Welkerolpakjij en #rozewolk maken we mensen bewust van hun invloed. Ook bij het Scheidcafé nodigen we de omgeving van ouders uit.’
Souad herkent dit: ‘Wij organiseren netwerkgesprekken met familie en buren. Door de mensen om het gezin heen te activeren, wordt de steun duurzamer. En in onze groepsbijeenkomsten, zoals het MamaCafé in Ypenburg, delen ouders hun ervaringen. Dat werkt enorm versterkend.’
Ongelijk investeren voor gelijke kansen
‘Niet elke wijk heeft hetzelfde nodig,’ zegt Wendy. ‘We stemmen ons aanbod af in werkgroepen met partners in wijken als Laak en Leidschenveen-Ypenburg. Tegelijk bieden we stadsbreed preventieve programma’s aan voor kinderen en ouders.’
Souad: ‘Wij investeren bewust extra in wijken met grotere risico’s. Daar bieden we opvoedondersteuning en naschoolse activiteiten, soms al zonder formele hulpvraag. Zo maken we het verschil voordat de problemen groot zijn.’
De gezamenlijke koers
Toch zijn er ook uitdagingen. ‘Samenwerken vraagt dat we elkaars taal spreken en hetzelfde einddoel voor ogen hebben,’ benadrukt Wendy. ‘Dat is echt een ontwikkelpunt.’
Souad sluit af: ‘We moeten af van het idee dat individuele begeleiding altijd beter is. Collectief werken vraagt een cultuuromslag bij ons én bij gezinnen.’
Beiden hopen dat over een jaar partners elkaar beter weten te vinden, het aanbod beter benut wordt en het normaler is geworden om hulp te vragen. Zoals Wendy het zegt: ‘We hoeven het niet alleen te doen. En kinderen, jongeren en ouders ook niet.’